Pauline – overvloed

In de stilte van de kerk ben ik onder de indruk van de mooie fresco’s op de muren, bijna geheel vervaagd door de eeuwen heen, de eenvoud van het interieur met kleine prachtige details en de preekstoel met zijn symbolische panelen van geloof, hoop en liefde. Op een van de panelen staat behalve het anker van de hoop ook een hoorn des overvloeds afgebeeld. Dit zal een uitgangspunt zijn voor een 2e installatie in de kerkruimte, de overvloed, het goede wat het gebracht heeft voor Oostrum en zijn bewoners, maar ook de betekenis van de overvloed in deze tijd.

De omgeving waarin men opgroeit en leeft in dit gebied en dat wat het gebied voortbrengt zal hier zijn plek krijgen. De woensdagen werk ik hieraan in de kerk, gestadig door en mijn wandelingen door het getijdengebied op korte afstand wordt door de week een dagelijkse struintocht langs de Wadden. Ideeën om tot een vorm komen krijgen langzaam een vastere vorm waar ook steeds opnieuw de overvloed van toen en de overvloed van nu een rol in krijgt.

Pauline – eb

Ik trek
mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedere minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door ’t ogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

Het gedicht van Vasalis komt in mij op, juist op deze plek in het torenkamertje. Als ik hier ben steek ik net als zovelen een kaarsje aan voor een verloren dierbare die mij lief was.
De natte klei heb ik in mallen gegoten en de tijd zal het drogen. Door de tijd zal het barsten vertonen zoals wij onze eigen barsten meedragen. In de kleischeuren zie je resten uit dit of dat verleden. Soms maar kleine deeltjes, van ooit. De zon zal de klei verder drogen zodat de installatie zijn plek zal krijgen in dat kleine kamertje waar de kaarsjes in het nisje het licht zullen brengen.

Pauline – klei

In het torenkamertje, een besloten sobere intieme ruimte is een kleine nis. Bezoekers en bewoners kunnen hier hun kaarsje branden. Iemand gedenken die er niet meer is. Hier wil ik graag iets terug doen. Zoeken naar verbintenis met de bewoners. Zij leven soms hun hele leven al in Oostrum, de plek waar men opgroeide en de verbintenis met de omgeving, de kleigronden en de verbinding met het Wad.
De klei blijft haken in mijn gedachte en ook de gedachte "Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren".
Voor mij zal het belangrijk zijn om resten uit dit of dat verleden, maar ook het geruststellende en de hoop, te kunnen teruggeven.
In deze halfduistere ruimte zal klei van het Wad een rol gaan spelen, juist daar is het zo duidelijk aanwezig, dat alles maar heel tijdelijk is. De stilte in de kerk, bepaald door de tijd heen, zal de vorm bepalen.