splijten is ook scheppen – Anjet

Afgelopen zondag gebruikte Harmen Jansen het gedicht van Aly Freije in een zondagsdienst in Den Andel. Ik wist dat en ging, een beetje omdat ik vond dat het moest. Bijna onverwachts werd dat een hele rijke ervaring. Ik leerde dat splijten ook scheppen is. Dat geloven een lastig woord is omdat het nog niet klaar is, net zoals scheppen. Dat geloven hopen is, hopen dat uit scheppen iets goeds ontstaat. Dat je bezieling kunt verdonkeremanen. En dat God mensen nodig heeft die niet bang zijn voor bezieling, voor aanraking met mooie dingen en met pijn. Daar kon ik het mee doen. Ik was ontroerd.

ritme – Anjet

Nog vier letters en drie punten, dan is het klaar. dan is het ritme weer even over. Ik legde net aan een journalist uit waarom dat ritme belangrijk is, en hoe essentieel het is voor monnikenwerk - die naam is niet zomaar een mooi woord. Het vraagt ook van ons kunstenaars dat we ons zes weken verbinden aan een plek en een ritme, en aan stilte én gastvrijheid. Zodat we in de stilte weer mee kunnen nemen wat in de open uren besproken is. Nog één keer. Stilte - gesprek. Hakken - lezen. Deur dicht - deur open.

ontdekkingen – Josefien

Aan het werk in een eeuwenoude kerk op een wierde
geschiedenis van eeuwen waar ik op sta.
In een dag een terp gemaakt en die weer afgegraven.
Afzettingen van inkt en krijt komen tevoorschijn.
Ontdekkingen van een schatgraver.

vraag – Anjet

Monniken werken en bidden en studeren. En ook ik mag me na elke letter hakken opnieuw verdiepen in wat Maria Magdalena zegt.

“Wat voor jullie verborgen is zal ik jullie vertellen”.

Vorige week vroeg een bezoeker hoe die tekst ook over mij gaat. Een rake vraag waarop ik het antwoord nog verborgen is. Ik heb nog twee weken om het te ontdekken.

tussen Mijn heldere afgrond en Begane Grond – Aly

De dominee die in de kerk van Den Andel op 11 augustus een dienst begeleidt, kwam met mij praten over mijn gedicht in wording, waarin veel opstandigheid doorklinkt. Over hoe zingeving te vinden bij een God bij leven en dood, over geloven of niet geloven, over het instituut kerk. Hij wilde graag mijn conceptgedicht voorlezen in zijn dienst. Ik heb het hem graag meegegeven. Dit is voorlopig het begin:

ik keer de preekstoel de rug toe
plaats een roos naast mijn notebook
zet het orgel volop in het licht
boven de deur rennen zinnen
op hoge beentjes richting uitgang
verdwijnen ondergronds

de sleutel is gebroken
ik heb me ingesloten
met de doden
of sloot de kerk mij op
mijn opstandige woorden achter slot
woede en verdriet druipen hier
al eeuwen van de muren af

Ik beweeg mij in mijn beelden en gedachten tussen de titels van deze twee boeken: 'Mijn heldere afgrond' en ' Begane grond'.