Ina – toekomst

Mariakerk - 't Zandt
Op dag 5 kwam een meisje van 10 enthousiast vertellen hoe prachtig ze het doolhof vond. “Respect” kreeg ik te horen. Ze is van plan later architect te worden en voor haar vriendinnetje met dezelfde wens heeft ze een tekening van Henk meegenomen.

Pauline – klei

In het torenkamertje, een besloten sobere intieme ruimte is een kleine nis. Bezoekers en bewoners kunnen hier hun kaarsje branden. Iemand gedenken die er niet meer is. Hier wil ik graag iets terug doen. Zoeken naar verbintenis met de bewoners. Zij leven soms hun hele leven al in Oostrum, de plek waar men opgroeide en de verbintenis met de omgeving, de kleigronden en de verbinding met het Wad.
De klei blijft haken in mijn gedachte en ook de gedachte "Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren".
Voor mij zal het belangrijk zijn om resten uit dit of dat verleden, maar ook het geruststellende en de hoop, te kunnen teruggeven.
In deze halfduistere ruimte zal klei van het Wad een rol gaan spelen, juist daar is het zo duidelijk aanwezig, dat alles maar heel tijdelijk is. De stilte in de kerk, bepaald door de tijd heen, zal de vorm bepalen.

Marijk – samengevat

Tenslotte, als alle bladen met afdrukken aan elkaar zijn genaaid, plak ik het voorste en het achterste blad op de houten omslagen. De bladen zijn nu samengevat. De vleugel is weer heel, maar nu in een nieuwe vorm.
Het kan ‘gelezen’ worden, als een boek, de veren zwart op wit, als een tekening.
Gedenkboek voor een dode duif.

Marijk – herhaling

Ergens midden op de dag vraagt een stem in mij wat ik hier doe.

Inkt, papier, naald en draad, hout, mes, schaar, drukpers…vier stappen naar links, een knijper uit de lade pakken, de slagen tellen van de klok, draad door het oog van de naald, gaatjes prikken, opstaan, rondlopen, kijken naar de zonnevlekken op de vloer, eten, drinken, de zon voelen als ik buiten sta.

Dat is wat ik hier doe.
Omdat al die handelingen mij naar het product van mijn schepping brengen.
Keer op keer die weg bewandelen.
Om zichtbaar te maken waaraan we voorbij lopen. En aan het eind van de dag het verhaal met anderen te delen.

Een bezoeker schreef in mijn boekje:
dat je van iets dat dood is zoiets moois kan maken

Dat is wat ik hier doe.

Henk – Zwanenzang 1

In de kerk van Maria op ’t Zandt vordert ons monnikenwerk gestaag.
Het papieren labyrint van transparante architectonische tekeningen begint de vorm te krijgen zoals ons dat voor ogen staat.
Ina werkt in stilte en met toewijding aan de vormgeving er van.
De door mij gemaakte tekeningen van uitgevoerde en niet uitgevoerde werken zie ik voorbijkomen als ze worden opgehangen aan het frame.
Er trekt een werkzaam leven aan mij voorbij, het is een afscheid van handmatig vervaardigde tekeningen die in het verleden in stilte en met zorg zijn gemaakt en waaraan ik als een monnik heb gewerkt. Het is beter dat ze worden hergebruikt voor dit project dan dat ze in een versnipperaar verdwijnen, maar het is droevig om aan te zien dat het aan het papier toevertrouwde gedachtengoed aan haar einde komt.

Nouwens klinkt in Loppersum

Het monnikenwerk dat beeldend kunstenaar Herbert Nouwens de afgelopen weken in de dorpskathedraal van Loppersum heeft verricht, raakt in zijn overzichtelijke complexiteit allerlei lagen van stilte aan. In stilte is het werk ontstaan, en het ervaren van de ruimte zonder gesprek of muziek is een belangrijk aspect van Nouwens werk, dat in het noordtransept is samengesteld.
Om de laatste Monnikenwerkdag te markeren, nodigde Nouwens Hans Fidom uit om het beroemde orgel van Loppersum te bespelen. Bach speelt in het leven van Nouwens een belangrijke rol, niet in het minst in de vorm van orgelmuziek. Fidom maakt op 18 augustus vanaf 15.00 uur vijfmaal op het hele uur muziek; elk deel spiegelt een element van Nouwens’ werk, dat uit vijf granieten delen bestaat, elk gedragen door twee houten balken. Eén granietdeel is duidelijk langer dan de andere vier. De granieten delen krijgen in muziek elk de vorm van een van Bachs grote koraalvoorspelen, steeds omlijst – dat zijn dan de draagbalken – door een preludium (vooraf) en een fuga (na het koraalvoorspel), eveneens van Bach.

Op de hele uren komen eerst de korte delen aan de beurt in de vorm van koraalvoorspelen; de houten balkjes krijgen de vorm van een preludium vooraf en een fuga na het koraalvoorspel. De muziek is van de hand van Johann Sebastian Bach (1685-1750), behalve die om 18.00 uur, waarin een naar BWV 622 verwijzend koraalvoorspel van Franz Schmidt centraal staat.

15.00 uur
Preludium in a kleine terts (BWV 569)
Wir glauben all ein einen Gott (BWV 680)
Fuga in c kleine terts (BWV 574)

16.00 uur
Preludium in c kleine terts (BWV 549/1)
Christ lag in Todesbanden (BWV 718)
Fuga in c kleine terts (BWV 549/2)

17.00 uur
Preludium in g kleine terts (BWV 535/1)
O Mensch bewein dein Sünde gross (622)
Fuga in g kleine terts (BWV 535/2)

18.00 uur (Franz Schmidt)
Preludium in d kleine terts
O wie selig seid ihr doch, ihr Frommen
Fuga in de kleine terts

Om 19.00 uur volgt de muziek bij het grote deel; het maakt de cirkel rond met een verwijzing naar de muziek die ik voor Herbert in Halle maakte.
Fantasia in c kleine terts (BWV 537/1)
Dies sind die heiligen zehn Gebot (BWV 678)
Fuga in c kleine terts (BWV 537/2)
Ich hab mein Sach Gott heimgestellt (BWV 707)
Fantasia (Pièce d’Orgue, BWV 572)

Hans Fidom is hoogleraar Orgelkunde aan de VU in Amsterdam en leider van het Orgelpark Research Program, eveneens in Amsterdam. Als organist is hij opgeleid door achtereenvolgens Willem Hendrik Zwart, Jos van der Kooy en Klaas Hoek. Zijn focus ligt op onderzoek en ontwikkeling van nieuwe orgelconcepten. Slechts af en toe treedt hij op als organist – bij voorkeur in situaties waarin muziek en beeldende kunst zich samen manifesteren.

Toegang gratis.

Josefien – voeding

Van de fragmenten van ingeleverde pagina’s maak ik collages. Er blijven snippers over, waar ik ook collages van maak; niets gaat verloren.
Van de collages maak ik afdrukken, in zwartwit, wat meer bij mijn eigen werkwijze aansluit. Een abstrahering van de veelheid van verhalen die in dit project bij elkaar komen. Het is een humuslaag opgebouwd uit fragmenten van pagina’s over persoonlijke gedachten en belevenissen van de deelnemers, een voedingsbodem voor nieuwe dagen en gedachten, een inspiratie voor samenleven.