Brigitte – 3

Derde dag in de Jacobuskerk
Hoe ziet zo’n dag eruit?

Het werk: twee boeken, een oude bijbel en een liedboek zijn onder handen. Het gaat traag, wissel zo nu en dan van boek, om de lijm te laten drogen of een volgende stap te overdenken.

De meditaties: zit telkens twintig minuten, de klok bepaalt het tempo van mijn ademhaling; tien tellen in, tien tellen uit.

Lezen: ja, er zijn ook boeken om te lezen (al zijn schaar en lijm nooit ver weg…)!
Voor me ligt “Inleiding tot de verwondering” van filosoof Cornelis Verhoeven.
Hieruit een citaat:
“….de snelheid is een kwaliteit van het vluchten; het is de panische vlucht voor de nabijheid van de dingen en voor de verplichtingen die deze dreigende nabijheid oplegt. Langzaamheid is standvastigheid, lankmoedigheid, geduld, bereidheid om te lijden aan de dingen die daar zijn waar we zelf ook zijn. Het ritardando* is het tempo van de mens die de tijd heeft en van de nabijheid van de dingen niets heeft te vrezen.”

*ritardando: Italiaanse muziekterm die aanduidt dat het tempo van een muziekstuk geleidelijk aan langzamer wordt.

Daphne – vandaag

Ik werk op duuster, vanochtend de geweven lichte stof op tafel gelegd in de kerk. Gouddraad. Licht.
Speciaal gekocht voor monnikenwerk. Het was een zoektocht om deze stof te vinden. Daar hou ik van.

Van riet en veren heb ik al een kruis gemaakt.

‘Achteloos’.

Vandaag gaat het me lukken, trek ik draden tot een kruis.
Is het vastgelegd.

Jolanda – vertrouwen

De wind is gaan liggen, de rust is voelbaar. Buiten en binnen.
De onrust van de afgelopen dagen heeft plaatsgemaakt voor stilte en vertrouwen dat het goed is zoals het is. Niet meer willen dan wat voorhanden ligt: letter voor letter.

Het herinnert aan pelgrimeren: stap voor stap. Niets meer en niets minder.

Brigitte – stap voor stap

Het geluid van de grasmaaier is gedoofd. Het gekwetter in mijn hoofd niet, maar er klinkt een andere toonsoort.
Ook nog steeds aanwezig, maar tot nog toe onbenoemd: het tikken van de torenklok. Onafgebroken en luid klinkt de tijd. Er is iets mis met het uurwerk, weet niet wat, maar het is er en het is er hard.
Misschien komt het hierdoor, ik denk opeens aan Louis Couperus’ “Langs lijnen der geleidelijkheid”. Moet het nog eens herlezen, vooral de titel bleef me bij.
Lijnen der geleidelijkheid vatten mijn verblijf hier goed samen. Bladzij voor bladzij, scheuren, scheuren, en nog meer scheuren, en weer vastlijmen, stap voor stap voor stap voor stap, op het ritme van de klok.

Daphne – kroon

De stilte van de kerk komt over mij.

Het is zes uur in de ochtend. Ik word wakker in de kerk. In het eerste licht hang ik de papieren vogelkroon hoog in het gewelf. Ik rol mijn matje op en leg op die plek een voerlaken neer.

Maak een vogelgraf.

Daarna ga ik opruimen. Al mijn werk van de afgelopen jaren ligt overal. Ik berg het op, leg het van me af. Schoon van binnen.

Ik lees mijn tekst in de kroon.

O vogelziel, zie hoe mijn kroon van papier mij vederlicht maakt.

Ik was het vergeten.

Jolanda – beginnen

Geleidelijk aan wordt de kerk me vertrouwd. De geuren, de geluiden, het licht dat wandelt door de ruimte. De nacht was donker, de haan verwelkomt de nieuwe morgen.
Gisteren de concentratie van het schrijven van afzonderlijke letters op oefenpapier. Het geluid van de potloodpunt, de lijnen van de kroontjespen. Aandacht, aandacht, aandacht.
Vandaag ligt het nieuwe papier op tafel. Durf ik het aan? De eerste letter? Het komt erop aan. Zoals toen in klas vijf, wanneer je een nieuw schrift kreeg van de meester en daar dan heel geconcentreerd je naam in schreef.

Brigitte – stil

Begin deze week met een stiltemeditatie, gezeten op de herenbanken terzijde van het altaar. Uitgerekend vandaag maait een medewerker van de plantsoenendienst de rondom gelegen bermen in het dorp.
Het geluid van buiten dringt zich op. Ook binnen klinkt een kakafonie van stemmen; mijn hoofd staat zelden stil.

Op het altaar, dat de komende dagen dient als werkbank, liggen bijbel en liedboek te wachten om geofferd te worden. De kerk verleent iedere handeling betekenis.

Daphne – kruis

De kerk begint mij te omarmen.

Een zwart kruis van stof. Dat is het eerste wat ik zie als ik mijn kerk binnenkom. Ik leg mijn borduurwerk eronder. Het resoneert. Buiten vind ik twee zwarte veren. Ik leg ze kruislings op elkaar. Ineens is er betekenis. En toch: het zijn gewoon twee veren van een kraai.

Jolanda – ingepakt

Maandagmorgen. De rugzak is gepakt, de agenda leeg. Een week logeren in de kerk van Westernieland. De Nag Hammadi geschriften ingepakt, samen met pennen en papier. Wat brengt de week, hoe klinkt de stilte, de klok, hoe ruiken de bomen?
Maria Magdalena is mijn reisgenote. Haar woorden, haar perspectief, kan ik bij haar blijven, haar volgen, haar verstaan?

Marc – niets

Niets is stil/Tot het geheim

Niets is stil, niets zit vast
Alles is in beweging naar een plek
Die geen begin kent en geen einde.
Alles naar de oneindigheid.

Ooit bonden deeltjes zich met deeltjes.
Zo kwam de aarde tot stand en de hemelen.
Toen we als mens onze ogen openden,
gaven we ze elk een naam.

[…]

Je moet eerst in contact komen met je eigen geest
Zodat de lantaarn van het bestaan
In jou gaat branden.
Dan pas hoor je de symfonie
van de stemmen.
En de steen die voor je voeten ligt.

Rumi, fragmenten.