Lisette – de ongenoemden

Zware rouwborden in het bescheiden kerkje van Jouswier,
van een rijke adellijke familie die herinnerd wilde blijven.
Arme mensen werden niet genoemd.
Ik kon niet anders dan ook hen een plek te geven.
Witte vellen handgemaakt papier voegde ik samen tot stroken.
Eenvoudige borden voor de ongenoemden,
leeg, kwetsbaar, om ruimte te geven aan ieder.
Witte stroken dwars op de zwarte borden,
beide zichtbaar, de dominantie doorbroken.
De stroken zachtjes bewegend op de wind.
Ik ben blij dat het werk nog mag blijven hangen.

Wianda – bogen

Het werken in de kapel van Dokkum was erg bijzonder; de plek was bijzonder door zijn vormgeving: geen middeleeuwse kerk maar een pelgrimsgebouw uit de dertiger jaren waar de middeleeuwse middelen als kloostermoppen en romaanse bogen in zijn verwerkt.
Die bogen hebben mij geïnspireerd om een nieuw werk te maken.
Het was een lastige klus om hoog op een ladder de vormen goed te krijgen, er was veel ruis van mensen en onverwachte dingen die gebeurden en mij niet de stilte verschaften waar ik op gerekend had.
Het was een les in loslaten, mijn eigen weg zoeken, bij mezelf blijven, en het werk ook zichzelf laten zijn, letterlijk de teugels laten vieren en de touwen los laten hangen.
Zo ontstonden mijn hangbogen: een verbinding tussen de omgang met romaanse bogen en de overkapping die aan een boerenschuur doet denken door zijn gebinten.
De romaanse bogen zijn zwaar en hard en staan stevig op de grond, mijn bogen zijn zacht en hangen, zijn fragiel, licht, flexibel, doorzichtig, bewegen, maken ‘muziek’, zijn poorten naar…., geven vrijheid.
Associaties van bezoekers geven een meerwaarde aan het werk, wat voor mij in eerste instantie over lijnen en vormen gaat, meegaan in de beweging van het gebouw, harmonie zoeken: iets maken wat past in het gebouw alsof het er altijd al geweest is, een natuurlijk bestaansrecht.
Het was zeker een uitdaging om iets te maken voor deze ruimte en in deze omstandigheden, maar ik heb wel het gevoel dat dat mij gelukt is en dat maakt mij blij.
Wat me ook blij maakt is dat het werk er nog een paar weken mag blijven hangen.
Dus als de Bonifatiuskapel open is, is mijn werk te zien.

Anjet – in stilte

Tijdens Monnikenwerk maakte ik de afgelopen zes weken een groot kruis van wol in de kerk van Saaxumhuizen. “Hoe moeilijk de associatie met hout los te laten en toe te laten dat dit juk licht is en zacht”, schreef een bezoekster in het gastenboek. “Op een foto is het toch heel anders, hier zo in de kerk ontroert het me”, zei een ander. Weer iemand anders kwam de kerk binnen en riep uit “Jezus, een kruis”, om vervolgens stil te staan en zachtjes verder te gaan “maar het omarmt me”. Het bijna vierenhalve meter lange kruis heeft korte armen. Het lijkt op een traditioneel kruis maar verwijst zo ook naar de kruisvorm die in de oude Egyptische traditie, het shamanisme of het hindoeïsme al een belangrijk symbool was van hoop of leven. Veel monnikenwerk-bezoekers spraken de wens uit het werk ook in stilte te kunnen ervaren. Op zondag 29 augustus kan dat. Van 11 tot 17 uur is in de kerk van Saaxumhuizen de mogelijkheid het werk in stilte te bekijken en er een kaarsje bij aan te steken. Voor iemand anders of voor uzelf. Ik zal dan aanwezig zijn in de sacristie van de kerk voor gesprek of toelichting.

Marijk – de tijd

de veren die ik in de nis had gelegd
raakten in de tijd
overdekt met spinrag

maar vandaag pak ik de veren weer op
en laat ik de nis leeg achter
ik stop de tijd
van het monnikenwerk

Laura – doorborduren

6 woensdagen in stilte werken en aansluitend de mooie en soms ontroerende gesprekken met bezoekers.
Wat was het bijzonder!
Op een plek waar leven en dood zo met elkaar verbonden zijn. Waar zoveel geschiedenis ligt.
Het delen van de intense grootsheid en schoonheid van de natuur en de spreeuwen, voelde als een geschenk.
Alhoewel monnikenwerk nu klaar is, wordt mijn monnikenwerk vervolgd.
Vol verlangen naar de terugkeer van de slaapvluchten.
Alsmaar weer doorborduren.

Pauline – overvloed

In de stilte van de kerk ben ik onder de indruk van de mooie fresco’s op de muren, bijna geheel vervaagd door de eeuwen heen, de eenvoud van het interieur met kleine prachtige details en de preekstoel met zijn symbolische panelen van geloof, hoop en liefde. Op een van de panelen staat behalve het anker van de hoop ook een hoorn des overvloeds afgebeeld. Dit zal een uitgangspunt zijn voor een 2e installatie in de kerkruimte, de overvloed, het goede wat het gebracht heeft voor Oostrum en zijn bewoners, maar ook de betekenis van de overvloed in deze tijd.

De omgeving waarin men opgroeit en leeft in dit gebied en dat wat het gebied voortbrengt zal hier zijn plek krijgen. De woensdagen werk ik hieraan in de kerk, gestadig door en mijn wandelingen door het getijdengebied op korte afstand wordt door de week een dagelijkse struintocht langs de Wadden. Ideeën om tot een vorm komen krijgen langzaam een vastere vorm waar ook steeds opnieuw de overvloed van toen en de overvloed van nu een rol in krijgt.

Anjet – wol

“Een omarming”, zei iemand. “Alsof het kruis je met zachte armen omvat”. “Lam Gods, daar had ik nooit iets mee, en nu, toch ...”, zei iemand anders. Steeds een nieuwe laag wol, steeds nieuwe betekenis. En nooit eerder zag ik echt de wol van onze schapen.

Henk – zwanenzang 2

Het handmatig vervaardigen van architectuurtekeningen is ten dode opgeschreven. In dit computertijdperk is het werk overgenomen door mensen die een tekenprogramma kunnen bedienen. De computer tekening kent slechts een signatuur, die van de computerprogrammeur. Het persoonlijke handschrift van de tekenaar is daarmee verdwenen.
Een eeuwenoud beroep sterft een stille dood. Niemand lijkt zich te beseffen dat daarmee ook de kennis, vaardigheden en het vakmanschap van zo’n beroep zal verdwijnen zoals met het drukken van boeken de kunst van het maken van handschriften (ook een vorm van monnikenwerk) ooit is verdwenen.
Onze installatie in Maria op ’t Zandt is als een lied zoals Zwanen die zingen voordat ze sterven.

Pauline – eb

Ik trek
mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedere minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door ’t ogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

Het gedicht van Vasalis komt in mij op, juist op deze plek in het torenkamertje. Als ik hier ben steek ik net als zovelen een kaarsje aan voor een verloren dierbare die mij lief was.
De natte klei heb ik in mallen gegoten en de tijd zal het drogen. Door de tijd zal het barsten vertonen zoals wij onze eigen barsten meedragen. In de kleischeuren zie je resten uit dit of dat verleden. Soms maar kleine deeltjes, van ooit. De zon zal de klei verder drogen zodat de installatie zijn plek zal krijgen in dat kleine kamertje waar de kaarsjes in het nisje het licht zullen brengen.