Lisette – de ongenoemden

Zware rouwborden in het bescheiden kerkje van Jouswier,
van een rijke adellijke familie die herinnerd wilde blijven.
Arme mensen werden niet genoemd.
Ik kon niet anders dan ook hen een plek te geven.
Witte vellen handgemaakt papier voegde ik samen tot stroken.
Eenvoudige borden voor de ongenoemden,
leeg, kwetsbaar, om ruimte te geven aan ieder.
Witte stroken dwars op de zwarte borden,
beide zichtbaar, de dominantie doorbroken.
De stroken zachtjes bewegend op de wind.
Ik ben blij dat het werk nog mag blijven hangen.

Lisette – zacht

De dominante aanwezigheid van zware rouwborden is doorbroken. Dat doet me goed.
Het kwetsbare witte papier hangt aan dun garen en beweegt mee in de luchtstroom. Haar stille aanwezigheid verzacht de borden.
Het kerkje nodigt uit tot mededogen.

Lisette – vast

Monnikenwerk is voor mij ook vastlopen.
Een paneel hing niet zoals ik wilde. Moeilijk te corrigeren.
Een lastige oefening in “het zij zo”.
Dan uren later, een oplossing uit het niets.
Dit raakt voor mij aan iets dat groter is dan wij.

Lisette – rust

Mijn eerste paneel hangt! Vooraf was het spannend of het zou lukken. In de stilte van de kerk kwam ik tot rust en ging aan het werk, de spanning vloeide weg.
In mijn atelier doe ik voorwerk. Het scheppen van het papier, het samenvoegen van natte vellen tot banen en het drogen onder druk. In de kerk doe ik het droge werk.