Brigitte – concert

Al vroeg op mijn werkplek want krijg bezoek. Gisteren liep een bewoonster van het 19 inwoners tellende Saaxumhuizen binnen.
Ze was benaderd door een organist, die hier kennelijk zo nu en dan het kerkorgel bespeelt.
Vandaag dus een prive concert. Zachte fluittonen en hard gebrul wisselen elkaar af en vullen de stilte.

Brigitte – 3

Derde dag in de Jacobuskerk
Hoe ziet zo’n dag eruit?

Het werk: twee boeken, een oude bijbel en een liedboek zijn onder handen. Het gaat traag, wissel zo nu en dan van boek, om de lijm te laten drogen of een volgende stap te overdenken.

De meditaties: zit telkens twintig minuten, de klok bepaalt het tempo van mijn ademhaling; tien tellen in, tien tellen uit.

Lezen: ja, er zijn ook boeken om te lezen (al zijn schaar en lijm nooit ver weg…)!
Voor me ligt “Inleiding tot de verwondering” van filosoof Cornelis Verhoeven.
Hieruit een citaat:
“….de snelheid is een kwaliteit van het vluchten; het is de panische vlucht voor de nabijheid van de dingen en voor de verplichtingen die deze dreigende nabijheid oplegt. Langzaamheid is standvastigheid, lankmoedigheid, geduld, bereidheid om te lijden aan de dingen die daar zijn waar we zelf ook zijn. Het ritardando* is het tempo van de mens die de tijd heeft en van de nabijheid van de dingen niets heeft te vrezen.”

*ritardando: Italiaanse muziekterm die aanduidt dat het tempo van een muziekstuk geleidelijk aan langzamer wordt.

Brigitte – stap voor stap

Het geluid van de grasmaaier is gedoofd. Het gekwetter in mijn hoofd niet, maar er klinkt een andere toonsoort.
Ook nog steeds aanwezig, maar tot nog toe onbenoemd: het tikken van de torenklok. Onafgebroken en luid klinkt de tijd. Er is iets mis met het uurwerk, weet niet wat, maar het is er en het is er hard.
Misschien komt het hierdoor, ik denk opeens aan Louis Couperus’ “Langs lijnen der geleidelijkheid”. Moet het nog eens herlezen, vooral de titel bleef me bij.
Lijnen der geleidelijkheid vatten mijn verblijf hier goed samen. Bladzij voor bladzij, scheuren, scheuren, en nog meer scheuren, en weer vastlijmen, stap voor stap voor stap voor stap, op het ritme van de klok.

Brigitte – stil

Begin deze week met een stiltemeditatie, gezeten op de herenbanken terzijde van het altaar. Uitgerekend vandaag maait een medewerker van de plantsoenendienst de rondom gelegen bermen in het dorp.
Het geluid van buiten dringt zich op. Ook binnen klinkt een kakafonie van stemmen; mijn hoofd staat zelden stil.

Op het altaar, dat de komende dagen dient als werkbank, liggen bijbel en liedboek te wachten om geofferd te worden. De kerk verleent iedere handeling betekenis.

Brigitte – ree

Op 25 juli bezocht ik ter oriëntatie de Jacobuskerk in Saaxumhuizen.
De avond ervoor een bijzondere ontmoeting in de tuin van de nabijgelegen Mariakerk te Westernieland: een reebok, vermoedelijk opgeschrikt door een naderende tractor, betrad de oude begraafplaats, waar ik zojuist op een bankje was gaan zitten. Zich niet bewust van mijn aanwezigheid naderde het dier tot op korte afstand. In een reflex trok ik uit voorzorg de leiband van onze hond naar me toe, me bewust van de spannende situatie die was ontstaan. Slechts enkele meters van ons vandaan kwam het dier tot stilstand. Behoedzaam deed het een paar passen terug en monsterde op veilige afstand afwisselend het passerende voertuig en ons. De tijd leek even stil te staan, onze blikken kruisten elkaar. De zachte focus van het dier, alert en zelfbewust, het hield me minutenlang in zijn grip. Toen de boer voorbij was, en de kust veilig, keerde het zich om en verliet het terrein, kalm en geruisloos.
Ik kijk er naar uit om van 10 t/m 16 augustus te werken in de Jacobuskerk. Ik houd van de spanning die een werkverblijf met zich meebrengt. Een andere omgeving, nog niet precies weten wat er komt, maar wel begrensd in tijd, het zet me op scherp. Niet de scherpte die hoort bij werkdruk, stress, een hoog tempo, maar meer als alerte aanwezigheid, zoals die van een ree. Werken in een traag tempo en vertrouwen op wat zich aandient, erin meebewegen.
Als materiaal breng ik mee: een oude bijbel uit 1930 en een liedboek uit 1973. De eerste is groot van formaat, zwart en zwaar, aards, met een marmerpatroon-op-snee, gewichtig, vol ernst. Het liedboek daarentegen is klein en handzaam, uitgevoerd in dundruk, de psalmen verlenen het een zekere lichtvoetigheid.