Aly Freije

Eenum – Tussenruimtes
Ik ga samenwerken met fotograaf en beeldend kunstenaar Annemarie van Buuren.

Schrijven is voor mij een vorm van spoorzoeken. In de stilte van een kerk duiken stemmen van vroegere levens op, gebeden zijn nog te horen.

Wij onderzoeken wat de invloed van elkaars medium is op het eigen werk. Welke nieuwe betekenissen ontstaan er in de tussenruimte tussen woord en beeld?

Berichten van Aly

Anjet – in stilte

Tijdens Monnikenwerk maakte ik de afgelopen zes weken een groot kruis van wol in de kerk van Saaxumhuizen. “Hoe moeilijk de associatie met hout los te laten en toe te laten dat dit juk licht is en zacht”, schreef een bezoekster in het gastenboek. “Op een foto is het toch heel anders, hier zo in de kerk ontroert het me”, zei een ander. Weer iemand anders kwam de kerk binnen en riep uit “Jezus, een kruis”, om vervolgens stil te staan en zachtjes verder te gaan “maar het omarmt me”. Het bijna vierenhalve meter lange kruis heeft korte armen. Het lijkt op een traditioneel kruis maar verwijst zo ook naar de kruisvorm die in de oude Egyptische traditie, het shamanisme of het hindoeïsme al een belangrijk symbool was van hoop of leven. Veel monnikenwerk-bezoekers spraken de wens uit het werk ook in stilte te kunnen ervaren. Op zondag 29 augustus kan dat. Van 11 tot 17 uur is in de kerk van Saaxumhuizen de mogelijkheid het werk in stilte te bekijken en er een kaarsje bij aan te steken. Voor iemand anders of voor uzelf. Ik zal dan aanwezig zijn in de sacristie van de kerk voor gesprek of toelichting.

Aly – gevleugelden

Gevleugelden in de kerken Eenum en Leermens

Drie weken geleden begon ik in de kerk te schrijven over de beschermengel die in een laatste gedicht van mij ineens opgedoken was. Later bleek dat in één van mijn oudere gedichten ook al eens een engel uit een kapelletjes was opgevlogen, die me meenam naar een geliefde dode. In de foto van Annemarie van Buuren, die zij voor de voorplaat van mijn nieuwe bundel maakte, zag ik in een grote witte engel die wegvloog uit het beeld. Waarom vloog hij weg en waar ging hij heen? Dat wilde ik proberen te onderzoeken in mijn schrijven.
Annemarie liet me eigen foto’s zien en de keuze, die ze mede door associaties uit mijn dichtregels had gemaakt. We bogen ons over betekenissen die een engel voor ieder van ons had. We waren het erover eens dat onze engelen kwetsbaar waren en ze probeerden er ook maar het beste van te maken. Mijn engel had lekkende schoenen en foto’s van Annemarie lieten doorschijnende vleugels en fragiele ribben zien.
Ik nam een foto met een donkere oprijzende golf, die zij bij regels van mij gekozen had. Al schrijvende verscheen er voor mij een andere gevleugelde, een aalscholver. Ik liet me door hem meevoeren naar een draaikolk en naar diep weggestopte gevaarlijke plekken. Daar ben ik nog niet weer uit in mijn schrijven. Wel lieten we elkaar de laatste keer een vlinder zien, die we los van elkaar beide hadden gemaakt. We hebben elk ons eigen proces.
Met bezoekers heb ik goede gesprekken over engelen en de ziel en hun associaties bij beelden uit mijn gedichten. Het zijn er wel heel veel. En dan is het fijn om bij lage zon in de stilte van mijn auto door de koren- en aardappelvelden terug te rijden naar huis.

Aly – eerste ontmoeting

Eerste ontmoeting in de kerk van Eenum

Ik verken met mijn vrouw de kerk, mijn werkplek voor de komende weken. Een man komt tegelijk met ons binnen, hij is op de fiets, hij is bezweet. Wij raken in gesprek over de prachtige oude Groninger kerken.

‘Weet u, in elke lege kerk hier ga ik op de spreekstoel staan en lees 1. Korinthiërs 13 van Paulus, De uitnemendheid van liefde. In de Griekse taal bestaan vier woorden voor liefde, wij hebben er slechts één woord voor.’

‘Agape’ begin ik, ik ken immers mijn klassieken.

‘Eros, philia en mania’ vult hij aan. Wij nodigen hem uit om hier ook voor te lezen.

 

Hij klimt de preekstoel op en begint: ‘Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden.’ Hij somt op wat liefde allemaal is. Wij hadden gisteren een flinke ruzie, dit lijkt bijna geen toeval. ‘Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde’, besluit hij.

Hij daalt af, staat in het koor. ‘Ik zing voor jullie nog een lied.’ En in de ruimte is zijn stem zacht maar zuiver. Breekbaar ook klinkt het Latijn, we zien dat hij bijna huilt.

 

Hij komt weer bij ons en ik vraag naar de oorsprong van zijn religieuze bewogenheid. Hij vertelt dat zijn vader een streng geloof had, zoals Jan Siebelinks vader in het boek Knielen op een bed violen en hoe hij moest worstelen om daaruit los te komen.’ Ook deze mensen poogden de liefde te volgen’ zegt hij bezwerend. Ik probeer wat lichtheid te brengen, noem de bundel 27 Liefdesliedjes van Judith Herzberg, waarin zij een beeldende bewerking van het Hooglied brengt. Dat wil hij graag lezen.

 

Ik denk aan ‘de taal van engelen’ uit de beginzin van zijn uitgesproken tekst. Roel Bentz van den Berg schrijft in zijn essay Engelen in regenjas over hen. ‘Ik zie alles, ik ben altijd bij u’ laat hij een engel zeggen. En een engel heeft ‘ogen zoals van alle engelen, heldere spiegels waarin God en de mensen elkaars gezicht kunnen zien’. Zijn beschermengelen vertonen zich altijd in versleten kleren schrijft hij.

De titel van mijn nieuwe dichtbundel luidt Een engel aan de deur. Die engel leek toen min of meer bij toeval bij mij te zijn binnengevlogen.

Annemarie van Buuren uit de naburige kerk van Leermens heeft voor de omslag een foto van een grote geheimzinnige vogel gekozen, die net het beeld uitvliegt. Dat roept weer veel associaties op. In de film van Wim Wenders Die Himmel über Berlin cirkelen twee engelen boven de stad. Ze zitten op hoge gebouwen, om naar de mensen beneden te kijken. Ze kunnen hun gedachten horen, hoe ze worstelden met het leven. Eén engel daalt af om mensen bij te staan en wordt zo ook sterfelijk.

Ik ga Wallace Stevens lezen, hij schreef een boek met essays, The necessary angel.

We nemen afscheid in de kerk, we zullen mailen, hij meldt zich echter later niet.

‘Ik denk dat je een engel hebt ontmoet’, zegt Annemarie. Hij had inderdaad een verfomfaaid jackje aan. Monnikenwerk is begonnen.