Annemarie – bezoekers

De bezoekers komen van overal uit het land. Ze zijn aandachtig en rustig, nemen alle tijd om zorgvuldig te kijken. Sommigen blijven tot ver na acht uur. Ze lopen om de foto’s heen en verwoorden hun associaties. Ze vertellen over rouw en engelen. Over wat ze in de andere kerkjes zien: over veren, vleugels en het verschil tussen een doolhof en een labyrint. Zoals ik mijn eigen beelden bij de gedichten van Aly Freije heb, ziet iedereen zijn of haar eigen verhaal in de foto’s die ik in het koor op de grond gelegd heb.

Als het kerkje uiteindelijk toch op slot gaat, loop ik er in het rijke avondlicht nog even omheen en denk aan de bijzondere verhalen die vandaag gehoord heb.

Ina en Henk – lijnenspel

Het doolhof in 't Zandt krijgt wat meer vorm, maar schiet nog niet zo hard op. Aan de voorkant ben ik bezig met een lijnenspel, waarbij zwarte belijning van de oude architectentekeningen gebruikt worden. Een compositie kost tijd.....
Komende woensdag ben ik van plan een rudimentair dwaalpad te maken, dan krijg je alvast een idee.

foto: Henk nog net zichtbaar achter het doolhof in wording.

Lisette – vast

Monnikenwerk is voor mij ook vastlopen.
Een paneel hing niet zoals ik wilde. Moeilijk te corrigeren.
Een lastige oefening in “het zij zo”.
Dan uren later, een oplossing uit het niets.
Dit raakt voor mij aan iets dat groter is dan wij.

Marijk – geluiden

De verbouwing van de woning tegenover de kerk gaat door, de speeltuin moet uitgegraven, de grote boom gesnoeid. Alle geluiden zijn in de kerk te horen, de deur staat open, ik hoor ze, maar ik ondervind er geen hinder van. De atmosfeer ìn de kerk is stil en ik naai de bladen van het Vogelboek aan elkaar. Mensen stappen binnen en lezen het papier over Monnikenwerk en stilte, gaan zacht zitten kijken. Het lukt me vandaag om bij mijn werk te blijven, voel me eerst nogal onvriendelijk en ongemakkelijk, maar ik krijg er iets groots voor terug: ik voel een stilte alsof ik in mezelf val en alle buitengeluiden verdwijnen. Stil zijn samen met anderen is een andere stilte dan stil zijn wanneer ik alleen ben.

In de avonduren keert de drukte terug, gasten gebruiken soms woorden voor mijn werk die ik zelf nog niet eerder bedacht had. Had ik ze nou maar opgeschreven...ze gingen op in de veelheid van woorden en mensen.

Laura – zinloos

Het is onrustig in de kerk vandaag.

Geluiden dringen door, mensen lopen binnen.

Elke keer als ik me laat afleiden door gedachten of geluiden breekt mijn draad of raakt in de knoop. 


Die prachtige slaapvlucht.

Het doet me steeds verlangen naar meer en vaker.

Onverzadigbaar brein.

En terwijl ik borduur realiseer ik me dat vertalen van de vlucht in draad en stof zinloos is.

’s Avonds hebben we het er over. 

Zinloos -zonder de negatieve emotie in het woord- schept ruimte.

Ruimte om te maken zonder doel, zonder oordeel.

Geen mooi of lelijk, goed of slecht.

De ontmoetingen deze dag zijn waardevol en bijzonder.


Josefien – rust

In de kerk heb ik 3 extra werkplekken gemaakt voor bezoekers, om mee te doen met DagDelen: een moment rust nemen en een pagina maken van je dag.

Deze eerste middag zijn er een aantal deelnemers, in de echoënde stilte van de kerk zitten zij geconcentreerd te werken. Er gaat een ontspannen rust vanuit, zo samen werken in deze ruimte.

De kerk doe ik al om 14.00 open, zodat bezoekers de willen meedoen met het project al eerder naar binnen kunnen om een pagina te maken.

Annemarie – een feilbare engel

Ik zet een tafeltje en een stoel tegen de zuidmuur van de kerk, ga in het zonnetje zitten en denk na over Aly Freije’s intrigerende gedicht: Hij kent de lichte vogeltaal (het volledige gedicht is te lezen in de kerkjes van Eenum en Leermens). Een grote somberte heerst in de onderstroom lees ik en: Ze betrekt een zeecontainer/krijgt een engel aan de deur die hoest. Deze regels raken mij. Het lijkt wel of ze uit de tekst naar voren springen. Waarom gebeurt dat? Waarom hebben juist deze regels een speciale lading voor mij?
Ik kijk om me heen naar de symbolen op de grafstenen. Veel vleugels en vlinders: de adelaar voor eeuwig leven, de vleermuis voor sterfelijkheid, de ziel verschijnt als vlinder. Een bezoeker vertelt dat hier in de loop van de tijd meer dan 7000 mensen zijn begraven: “de deuren zijn niet verlaagd, de grond is verhoogd.” Al dat verdriet en verlies verbind ik met de onderstroom van somberte in Aly’s gedicht. Op de eerste reeks foto’s die ik in het koor op de grond leg, tussen de grafstenen, zijn zwarte, nachtelijke stromingen en zwarte en witte vleugels te zien.
Het hoesten van de engel laat me nog niet los. Een ziekelijke, zelfs sterfelijke engel? Als ik het op me laat inwerken dient een tweede serie beelden zich aan. Vleugels zijn veranderd in handen: handen die beschermen, troosten, loslaten. Geen gevleugelde etherische hemelbewoner maar een feilbaar, kwetsbaar wezen van vlees en bloed.
Lijkt deze engel misschien op ons?

Lisette – rust

Mijn eerste paneel hangt! Vooraf was het spannend of het zou lukken. In de stilte van de kerk kwam ik tot rust en ging aan het werk, de spanning vloeide weg.
In mijn atelier doe ik voorwerk. Het scheppen van het papier, het samenvoegen van natte vellen tot banen en het drogen onder druk. In de kerk doe ik het droge werk.